Op de blauwe banken van de grote Johan de Witt-raadszaal in het Stadskantoor zit een gevarieerde groep politiek enthousiaste Dordtenaren. De één met een grote grijze baard, de ander net stemgerechtigd, weer een ander gestoken in een net colbert. Het zijn de kandidaat-raadsleden van de Dordtse D66, de partij die na één ambtstermijn afwezigheid in 2026 weer mee wil doen aan de gemeenteraadsverkiezingen. De ploeg doet mee aan de driedaagse cursus ‘Raadslid, iets voor jou?’, waarbij burgers vrijblijvend kennis maken met het reilen en zeilen van de gemeenteraad.
Voorkeursstemmen
Bij de progressieve centrumpartij, in 2018 nog goed voor vier van de 39 zetels in de Dordtse raad, rommelde het vanaf de verkiezingen in datzelfde jaar. Toentertijd wisten twee laaggeplaatste kandidaten zeer verrassend met voorkeursstemmen een raadszetel te bemachtigen, met als gevolg dat twee partijprominenten hun zetel moesten opgeven. Het leidde tot onoverkoombare problemen in de fractie en een uiteindelijke breuk. Daarop volgde het besluit om niet mee te doen aan de verkiezingen van 2022.
Nu is de partij echter terug, met een naar eigen zeggen ‘fris’ geluid. De nieuwe voorzitter, Dineke Oldenwening, wil het verleden daar laten en kijkt naar voren: “Die splitsing was gelukkig een tijd geleden, en nog van voordat ik hier begon. Nu zijn we er weer met een grote nieuwe club, ondersteund door oude leden die ervaring brengen. Een mooie mix om weer in de politieke arena te stappen.”
Bruggen bouwen
Die politieke arena is er één die op zijn zachtst gezegd gevarieerd is. Als D66 een zetel weet af te snoepen van een partij met meerdere raadsleden wordt het de zeventiende partij in de gemeenteraad, waarin 39 zetels te verdelen zijn. Die versplintering baart Oldenwening echter geen zorgen: “Er is een middenpartij nodig met gezond verstand. We moeten bruggen gaan bouwen tussen de flanken.” Als voorzitter doet Oldenwening zelf echter niet mee met de verkiezingen, zij regelt alles achter de schermen.
Voor de schermen zullen de 'bruggen' onder meer gebouwd moeten gaan worden door Emre Hoogduijn, secretaris bij het lokale afdelingsbestuur van D66. Ondanks zijn jonge leeftijd (24) loopt hij al zeven jaar rond in de lokale politiek en dat is te merken als hij antwoord geeft op de vraag wat de Dordtenaar van dit ‘nieuwe’ D66 mag verwachten. “We zullen constructief zijn en open staan voor samenwerking met iedereen. We staan voor een groene stad, een inclusieve stad en een stad waar iedereen een dak boven zijn hoofd heeft”, aldus Hoogduijn.
Emre is ervan overtuigd dat zijn partij bestaansrecht heeft in de Dordtse raad en kijkt met vertrouwen naar de toekomst: “Ik hoor om mij heen dat een progressief centrumgeluid gemist wordt in de raad.” Of dat ook echt zo is weten we over iets minder dan een jaar. Om precies te zijn op woensdag 18 maart 2026, dan gaat Nederland naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen.