Op 9 december werden W. en de twee andere verdachten aangehouden. De dag ervoor was er al een explosie-poging mislukt, en oplettende buurtbewoners zetten de auto van W. klem. De 29-jarige beweerde alleen chauffeur te zijn en niets te maken te hebben met de vuurwerkbom. W. werkt vaker als snorder.
In de auto werden onder andere een bivakmuts, twee cobra's en een fles benzine aangetroffen. Tijdens het rijden werden deze gebruikt om een vuurwerkbom in elkaar te knutselen. Toch beweerde W. niet te weten waar deze voor bedoeld was: "Ik wist dat er iets niet klopte. Maar ik had er toch niks mee te maken, dus ik wou mijn klusje doen en weer weggaan", vertelde hij aan de rechter.
“Grote gevoelens van onrust en onveiligheid"
W. is veroordeeld tot vijftien maanden celstraf, waarvan drie voorwaardelijk. Ook krijgt de verdachte een proeftijd van twee jaar. Dit sluit aan bij wat de officier van justitie eerder eiste.
De rechtbank noemt de explosie-poging "een ernstig strafbaar feit, dat in de samenleving grote gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg brengt". Het verhaal van W. wordt in de beslissing wel meegenomen, maar niet op de manier waar de verdachte op hoopte. De rechtbank benoemt in de conclusie van het vonnis dat "de verdachte bepaald niet heeft laten blijken dat hij het verwijtbare van zijn handelen inziet, terwijl zijn rol voor het slagen van een ontploffing van essentieel belang is geweest".
W. is de eerste verdachte van deze explosie-poging die wordt veroordeeld. De 15-jarige en 16-jarige bijrijders moeten nog voor de rechter verschijnen.